Buitentemperaturen kunnen de prestaties van een batterij aanzienlijk beïnvloeden. De actieradius en het vermogen van een batterij zullen beter zijn bij mild-warm weer dan bij gebruik bij temperaturen onder het vriespunt. Als je jouw fiets buiten in de kou parkeert, zorg er dan voor dat de batterij niet helemaal leeg is.


Het opladen van een batterij bij temperaturen onder het vriespunt kan de batterij beschadigen - wij raden aan de batterij op kamertemperatuur op te laden. Voor de zekerheid kan je jouw fiets het beste ongeveer een uur de tijd geven om op kamertemperatuur te komen voordat je de oplader in het stopcontact steekt. Om de batterij tegen beschadiging te beschermen, wordt deze niet opgeladen als de interne temperatuur onder 0°C daalt. Als de batterij te koud is, verschijnt foutmelding 21 op het display wanneer je de oplader aansluit. 


De batterijcellen zelf leveren geen stroom als hun interne temperatuur onder -10 °C daalt. Dat betekent dat je geen gebruik kunt maken van motorondersteuning. U kunt natuurlijk ook zonder motorondersteuning blijven fietsen.  


Bij lagere temperaturen zal je merken dat je batterij sneller leeg is en dat de Turbo Boost iets minder krachtig aanvoelt. Door de eerste paar minuten op een lager ondersteuningsniveau te rijden, krijgt de accu de kans om op te warmen en weer normaal te functioneren.


Wat de temperatuur ook is, we raden je aan je fiets uit het stopcontact te halen als deze volledig is opgeladen. En als je jouw fiets voor een langere periode wilt stallen, probeer de batterij dan op ongeveer 40-60% te laten staan. Dit zal helpen om de prestaties van je batterij op peil te houden.


Je kunt hier meer tips vinden over hoe je jouw fiets winter-proof maakt.